Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4^ G e l o o f s-

eenen bepaalden tyd, gelyk Exod. 21. 6, het geen men op de Ceremonieele Wet moet toepasfen.

V. Maar God belast, dat men van de Wet niets af, of toe zal doen, Deut. 4. 2 , en dat daar de geheele Wet bedoeld word , blykt uit vers 1; bygevolg moet de Ceremonieele Wet ftand houden ten allen tyde.

A. Dit Gebod gaf God aan fsraèï, en niet aan zig zeiven. Hy behoudt de magt, om, ten aanziene der uitwendige Wet, verandering te maaken of die af te fchaffen naar zyn goedvinden. Dit moet een Jood zelf toeftemmen, of hy kan Deut. 12. 13, 14. n0oit vereffenen met Mal. 1. 11. en Jef. 19. i9.

V. God 'beveelt door Maleacru, den laafden Propheet, by Moses Wet te blyven. Mal. 4. 4.

A. Dat blyven by de Wet van Moses zegt alleen zo lang, tot dat de Messias zoude koomen : daarom laat hy 'er aanftonds op volgen: Ziet ik zende u lieden den Propheet Elias» vers 5.

V. Zagen dan alle de Offerhanden des Ouden Testaments op den Messias?

A. Neen : want de Dankoffers zagen op den Godsdienst der Geloovigen, die

daar-

Sluiten