Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE AFDEELING.

VAN 'T GEEN DE MENSCH, NAAR DE ONDERWYZINGEN VAN JESUS EN ZYNE JONGEREN, GELOOVEN MOET, OM DEN HOOGSTEN TROOST IN LEVEN EN IN STERVEN DEELACHTIG TE WORDEN.

Wie gelooft, zegt Jefus, word zalig;—■ en een van zyne apostelen getuigt: Zonder gelooven is het onmogelyk Gode te hehaagen. Mare. 16. 16. Heb. n. 6.

Gelooven; heet: eene juiste, gewisfe, en werkzaams kennis en overtuiging hebben van de waarheden van den Godsdienst, die in den Bybel bevat zyn.

Deezo waarheden zyn in den Bybel niet in eene zekere orde, of gevolg, maar verfpreid voorgedraagen. Doch men vindze allen by elkander, in de zogenoemde Apostolifche geloofsbelydenis.

Het eerfte artikel, ofafdeeling, deczer geloofsbelydenis, luid aldus:

lek geloove in Godt den Vader den Almachtigen Schepper des Hemels ende der Aerden.

A 4 Dce-

Moeverklaaren ïich Jefus en zyne apostelen , over de ïoodzaaklyklictd des geloofs ?

Wat heet: geooven?

Waar vind men :1e waarheden by elkander , welken een Christen gelooven moet?

floe luid de jertle afdceling ran deeze gcoofsbelydenis?

Sluiten