Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE STUK. 17 reld te werken; hen alles te geeven watzy ten dien einde noodig hebben, en derzelver veranderingen zo te regelen dat het oogmerk bereikt word 't welk zyne wysheid daarby bedoeld heeft.

Pf. 36. 7. Heere, gy behoudt menfche ende beesten.

Pf. 119. 90. 91. Gy hebt de aerde vast gemaekt, ende zy blyft ftaen: — want fy alle fyn uwe knechten.

Deeze almagtige en overaltegenwoordi- ] ge kracht van God, door welke Hy degant- ] fche waereld nog geftadig onderhoud en regeert, noemt men: de Voorzienigheid van God.

- Deeze Voorzienigheid van God ftrekt; zich, gelyk over alle dingen, ook over de < vrye bedryven der redelyke wezens uit;^ zo dat door hen niets anders gefchied < dan wat God hebben wil dat gefchieden zal.

Gen. 50. 20. Gy hebt quaet tegen my gedacht: [docli] Godt heeft dat ten goede gedacht.

Het kwaade, dat in de waereld is en 1 gebeurt, ftaat, zo wel als het goede, oh-< der Gods regeering; dewyl het kwaade, > in eene waereld als de onze, niet geheelB en-

vat is,derhal■e, deVoorzieliglic-id van Jod?

!trekt deeze Voorzienigheid ■an God "zich iok uit over de rye bedryven er redelyke vezens ?

loe ftaat ook et kwaad in e waereld otter de regeeingvan God?

Sluiten