Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods eengeboren Zoon en onze Heer is ?

Waartoe verpligt ons dat geloof?

10 I. AFDEELING.

s, heet: op de getuigenis van de heilige schrift, als onloochenbaar-gewis, aanneemen, dat Hy met de Godheid op het naauwfte is veréénigd; dat Hy aan alle middelbaare eigenfehappen van de Godheid werklyk deelheeft, en over alle redelykefchepfclen , maar voornaamelyk over de menfchen, eene heerfchappy bezit die met deze naauwe deelneeming aan Gods heerlyke grootheid overéénftemt.

Joh. i. 18. Niemand en heeft ooyt Godt geHen : de eenig geborenfone, die in den fchoot des Vaders is, die heeft [hem ons] verklaert.

Heb. I. 3. Gods Zoon — is het affchynfel [zyner] heerlickheyt , ende het uytgedruckte heelt zyner fdfjlandigheyt.

Joh. 17. 5. Verheerlïkt gy my Vader by u felven, met de heerlikkeyt, die ik by u hadde, eer de werelt was.

Dit geloof verpligt ons, Jefus, als Gods eengeborenen Zoon en onzen Heer, met de gewilligfte onderwerping en blymoedigfte gehoorzaamheid te eerbiedigen.

Rom. 14. 7—9. Niemant van ons en leeft hem felven, ende niemant en fier ft hem felven. Want het zy dat wy leven, wy leven den Heere : het zy dat wy fterven-, wy fterven

Sluiten