Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE STUK. 31

öpenbaert worden voor den rechterjioel Christi, op dat een yegelick wechdrage 't gene door het lichaem [gefchiet] ,na dat hygedaenheeft, 'f zy goet, 'ï zy quaet.

Zyn oordeel over de menfchen zal in de naauwkeurigfte betrekking ftaan tot het kennen van Gods wil 't welk zy hebben kunnen verkrygen, en tot het gebruik 't welk zy van deeze kennis hebben gemaakt, ook zal dit oordeel naauwkeurige overéénkomst hebben met hun toekomend lot, en met hunne geheele manier van denken en handelen in dit leven.

Luc. 12. 48. En een yegelik dien veel gegeven is, van dien fal veel ge-eyscht worden: ende dien men veel vertrouwt heeft, van dien fal men overvloediger eysfchen.

1. Cor. 4. 5. Wanneer de Heere fal gekomen zyn fal hy in het licht brengen het gene in de duysternisfe verborgen is, ende openlaren de raetflagen der her-ten.

Pred. Sal. 12. 14. Want Godt fal yeder werck in het gerigte brengen, met al dat verborgen is, 'ï zy goet, oft zy quaet.

Deeze leeringe voorönderftelt zowel de onfterflykheid der menfchelyke zielen, alsook de vvederverééniging derzelven met

haa-

Wat is van Je«

fus toekomtnd oordeel over de menfchen aan te merken ?

Wat voorönderftelt deeze leere, en waartoe moetzeonj aanmoedigen ?

Sluiten