Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE STUK. 39

ve ontfangen heeft [alfoo~\ bediene hy defelve aan den anderen.

Eene vergeeving van zonden gelooven, heef. op de verzekering van Jefus, met een allervast vertrouwen, gelooven, dat God, die op zichzelven ter vergeeving van berouwhebbende zondaaren reeds geneigd is, de menfchen, om Christus wille, de ftraf hunner zonden, dat is, de gevolgen derzelven die aan hunne gelukzaligheid nadeelig zyn, zó volledig kwytfcheld en wegneemt alsof zy nooit gezondigd hadden.

Eph. I- 7-In wekken (naamelyk in Christus,) wy hebben de verlosfinge door zyn bloet, [namelick] de vergevinge der misdaden.

Hand. Apost. 3. 19. Betert u dan, ende bekeert u, op dat uwe fonden mogen uitgewisclit worden.

Dit geloof verpligt de belyderen van Jefus leere tot eene waare verbetering van hun leven, en, in 't byzonder,tevens ook tot verzoenelyke geneigdheden jegens degeenen die hen beledigd hebben, dewyl alléén onder deeze voorwaarde God hen hunne zonden kan vergeeven.

Hand. Apost. 2. 38. Bekeert u, — tot vergevinge der fonden.

C 4 Matth.

Vat beet: ceïe vergeeving ier zouden geooven ?

Waartoe yer?|igt dit 'ge6,nf de belyderen der leera pan Jefus?

Sluiten