Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE STUK, 41

Rom. 8. li. Hy die Christum uyt den dooden opgewekt heeft, fal ook uwe fterflicke lichamen levendig maken.

Joh. 6. 40. Ende dit is de wille des genen die my gefonden heeft dat een ygelick die den Sone aanfchouwt, en in hem gelooft, het eeuwige leven helhe: ende ik fal hem opwecken ten uyterjlen dage.

Hand. Apost. 24. 15. Hebbende hope op God, welke defe ook felve verwagten, dat 'eieen opftandinge der dooden wefen fal, beyde der regtveerdige ende der onregtveerdige.

1 Cor. 15. 42—44. Het [lichaem] wort gezaeyt in verderjfelickheyt, het wort opgeweckt in onverderffelickheyt. Het wort gezaeyt in oneere , het wort opgeweckt in heerlikheyt. Het wort gezaeyt in zwakheyt, hei wort opgeweckt in kracht. Een natuurlyck lichaem wort 'er gezaeyt, een geestelyck lichaem wort 'er opgeweckt.

.Op deeze opwekking van alie menfchen zal niet alleen de eindelyke beftemming van het lot van een' ieder in het toekomende leven, of het oordeel over allen, volgen, maar ook, byzonderlyk, de verheffing der vroomen tot het genot van eene immer toenecmende en eeuwigduurende gelukzaligheid.

C <r Tsaar

Vat zal op deeK toekomende >pwekkiiiit van die menfchen, /oornaamelvk /oor de vroonen, volgen ?

Sluiten