Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE AFDEELING.

VAN HETGEEN DE MENSCH, VOLGENS DE ONDERWYZING VAN JESUS EN ZYNE JONGEREN , DOEN MOET, OM DEN HOOGSTEN TROOST IN LEVEN EN STERVEN DEELACHTIG TE WORDEN.

't Is niet genoeg dat de belyder der leen van Jefus en zyne jongeren derzelver voor naamfte waarheden weet en gelooft; h] moet ook, volgens hunne aanwyzing, deugd zaam leeven, dat is: hy moet alle pligten welken de leere van Jefus ter verkrygini van den beloofden troost in leven en fter ven voprfqhryft, beminnen en vervul len.

Matth. 7. 21. Niet een yegelick, die U my feght, Heere, Heere , en fal ingaen i 't Coninckryke der hemelen: maer die dae doet den wille myns Vaders , die in de Ju melen is.

Om deeze pligten te beminnen en te vei vullen , moet de Christen een recht begrij van dczelven , uit de leere van Jefus trachten te verkrygen, en tevens beken

t

t JLs niet genoeg aac ae ueiyuci ^ i"-<-^ .. dcll

» Moet deChris' ten, die den . hoogden troost in leven en j fterven deelachtig wil wor_ den, nictmeer doen dan recht gelooven V

>

v

t 1

r

. Wat moet de Christen .doen

} om deugdzaam te leeven, dac

, is, zyne pligten te bemin-

J nen en te vervulleu ?

Sluiten