Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE STUK. 47

de aanneeming haarer waarheden beftaat, hierin onderfcheiden, dathet,naamelyk, niet flechts die waarheden in zich vervat, maar ook de belyderen verbind tot eene gewillige en hartelyke involging van alle de voorschriften dier leere, of van alle deugdleeringen , die uit deeze waarheden voortvlo eij en.

Rom. 10. 9. 10. Indien gy met uwen montfult belyden — ende met uw herte gehoven — foo fult gy falig worden.

Luc. 10. 28. Doet dat, (wat gy gelooft,) ende gy fult leven.

Dit zaligmaakendc geloof moet derhalve niet alleen een redelyk en verlicht, maar ook een leevendig en werkzaam geloof zyn, dat is, een geloof, vruchtbaar in goede gevoelens en deugdzaame geneigdheden.

2 Pet. I. 5. Voeght by uw' geloove deught.

Dit werkzaam geloof van een' Christen word eigenlyk gekend aan eene vrymoedige openbaare belydenis der leere van Jefus 3 aan een vast vertrouwen op Gods barmhartigheid door Christus, en aan eene op. rechte gehoorzaamheid omtrent alle de ge

bo

Welke noodwendige eigen[chapppenmoet dit geloof dan bezitten?

Waaraan word het werkzaam geloof van een* Christen eigenlyk gekend?

Sluiten