Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk eene g( moedsverandi rin i ?

Wnt is het ee< nige zeken kenmerk eene waan: bekee' ring ?

Waarvoor waarfchotiwen Jefus en zyne apostelen inhet werk der bekeering ?

52 II. A F D E E L I N G.

-nadenken over de verpligting om Gods wil te doen, over zyne eigen menigvuldige afwykingen van deezen Godlyken wil, en over de treurige gevolgen deezer afwykingen. De aandoeningen en veranderingen der ziel, daardoor te weeg gebragt, zyn , naar hunne onderrichting: berouw, verootmoediging voor God, oprechte bekentenis der zonde, hoop op vergeeving, en ernftig voorneemen tot verbetering des levens.

Zie de gelykenis van den verloren zoon: Luc. 15. 11—24; en Luc. 18. 13. ; Een daadelyke teruggang van de ondeugd tot de deugd , of, waare verbetering in de neigingen gelyk in het gedrag, is, naar de leere van Jefus en zyne apostelen, het eenige zekere kenmerk eener oprechte boete, of bekeering.

Luc. 3. 8. Brengt dan vrugten voort der bekeringe weerdig.

Rom. 6. 22. Nu van de Jonde vry gemaeckt zynde, — hebt gy uwe vrugt tot heyligmakinge.

Zy waarfchouwen tegen het uitftel eener daadelyke bekeering, dewyl men dus de Godlyke genade veracht, en zich dezelve des te onwaardiger maakt.

Rom.

Sluiten