Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarop komt liet, met opzijn tot de gefield rfcid onzer werken, voornaamelyk aan, zo zvGode zullen behangen?

Waar vinden wy een kort , begrip dcezer Godlyke gcbo. , den ?

t

C f

c

Hoe luid deeze wet ?

i (

J l

54 II. AFDEELIN G.

onze verrichtingen recht zyn; indien zy een goed oogmerk hebben; en indien zy overeenkomen met de'Godlyke wet, dat is, met Gods geöpenbaarden wil.

Indien onze werken Gode zullen behaagen, en ons zyne eeuwige zegeningen,met alle de weldaadcn der veriosüng van Jefus Christus, waardig en deelachtig maakcn,zo komt het 'er hoofdzaaklyk op aan dat deeze werken overéénkomen met de wet, of met de geboden van God.

Luc. io. 25—28. Een feker Wetgeleerde ftond op, enz. — Doet dat, ende gy fult 'even.

Een kort begrip deezcr geboden, in zo renc door dezelven byzonderlyk de voorïaamfte pligten omtrent God en onze naasen geleerd worden, vinden wy reeds in le wet, welke God den Jooden door Mofes egceven heeft, en die onder den naam van Ie Tien Geboden bekend is.

Deeze wet is in het 2de boek van Moes, cap. 20, en in zyn 5de boek, cap. 5, •pgetcckend, en luid aldus:

Ick ben de heere uwe Godt, dieuuyt Igyptenlant, uyt den diensthuyfe, uytgeleyt ebbe:

Gy

Sluiten