Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verootmoediging voor God?

De bekentenis onzer zonden?

Geduid in tegcnipoed ?

Der geloovigen toevoorzigt" tut God?

i (

60 II. AFDEELING.

1 Petr. 5. 7. Werpt alle uwe bekommernisfe op hem.

1. Tim. 6. 17. Stelt uwe hope op den Ievenden Godt, die ons alle dingen ryckelick verleent om te genieten.

Heb. 10. 35. Werpt uwe vrymoedigheyt (uw vertrouwen op God) niet wech.

Dat wy, gevoelende onze geringheid en onwaardigheid, ons voor God verootmoedigen.

1 Petr. 5. 6. Vernedert u — onder de krachtige hand Godts.

Luc. 17. 10. Zegt, wy zyn onnutte dienstknechten, want wy hebben [maer] gedaen 't gene wy fchuldig waren te doen.

Dat wy Hem onze zonden bekennen.

? Joh. 1. 9. Indien wy onfe fonden belyden, hy is getrouw ende rechtveerdigh, dat hy ons de fonden ver geve.

Dat wy de tegenfpoeden, door Hem ons toegefchikt, met geduld verdraagen.

Rom. 12. 12. Zyt geduldig in de verIruckinge.

Dat wy, met eene volkomene en geloorige 'overtuiging, al datgeen aanneemen vat Hy ons in zyn woord gezegd heeft; :n o*>k

Dat

Sluiten