Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zyrte apostelen, onsen naasten beminnen ?

i

Waardoor bewyzen wy,dat wy onszelven j recht beminnen ? < ï

\

C

c t

Waaröp rost het waare geluk onzer ziel p voor de gebet- ' le duurzaam- £ beid van ons beftaan ? v

c

62 II. AFDEELING.

'£ voorfchrift van God, reeds den Jooden in de zes Iaatfte geboden van de zedelyke vvet gegceven, en naar de leere van Jefus en zyne apostelen, moeten wy onzen naasten als onszelven beminnen: wy kunnen, derhalve, den pligt der liefde tot den naasten niet recht vervullen, zo lang wy de jligten omtrent onszelven niet kennen en volbrengen.

3 Boek van Mofes, 19.18. Gy fult uwen westen lief hebben als u felven; vergel. met Mare. 12. 31. en Jac. 2. 8. als ook 1 Joh. [.. 21. Dit gebod hebben wy van hem, [_nanelick] dat die Godt lief heeft, ook fynen 'roeder , (of naasten) lief hebbe.

Wy beminnen onszelven, wanneer wy, Is redelyke, en door God tot eene hooger ;elukzaligheid gefchikte fchepfels, onszel■cn recht waardeeren, en dit bewyzen oor voor onze tydelyke, maar vooral ook oor voor onze,eeuwige, welvaart ernftig 3 zorgen.

Onze eeuwige welvaart, of, het waare eluk onzer ziel voor de geheele duurzaameid van ons beftaan , rust daarop, datwy', erzekerd van de genadige goedkeuring van rod, in eenen vastgeftaafden vrede, de

ze-

Sluiten