Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE STUK. 63

zekere hoop hebben op een toekomend leven, dat voorde deugdzaamen ten hoogfte gelukkig en nimmer eindigend zal zyn.

Pf. 73. 25. Wim heb ik \_nejfens u] in den hemel ? (wanneer ik Hechts van de Godlyke goedkeuring en vriendfehap verzekerd ben.) nejfens u en lust my oock niets op der aerden.

2 Cor. 1. 12. Onfen roem is defe, [namelick~\ het getuygenisfe onfer confeientie, dat wy in eenvoudigheyt ende oprechtigheyt Gods ■ • in de werelt verkeert hebben.

2 Tim. 1. 12. Ik weet wien ik gelooft hebbenende ick ben verfeekert dathy machtig is myn pant by [hem]\ weggeleght te bewaren tot dien dag.

Wy zorgen voor dit geluk van onze ziel, en bewyzen dat wy onszelven recht beminnen, wanneer wy: 1) God en zynen wil geduurig beter trachten te leeren kennen; 2) door deugdzaame geneigdheden en bedryven een rein geweten poogen te bewaaren; en 3) door aanhoudenden yver in onze heiliging de hoop op een eeuwig gelukzalig leven in onze zielen trachten te verüerken en te onderhouden.

Joh.

Waardoor bewyzen wy, dat wy voor het waare gelukonzer ziel zorgen?

Sluiten