Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welke pligteworden doo Jefus en zyn apostelen no byzonder ii deeze betrek king ons aan bevolen ?

Mo^en we ook naar de goederen deezes le-

64 II. AFDEELING.

Joh. 17. 3. Dit is het eeuwige leven, dat fy u kennen.

Hand. Apost. 24. 16. Hier in oef ene ick my felve, om altyt een onergerlycke confeientie te hebben.

Heb. 12. 14. jfaeght — na — de heylighmakinge, fonder welke niemant den Heere fien en fal.

1 Jefus en zyne apostelen beveelen in dee! ze betrekking ons ook nog inzonderheid de Ipligten der zelfverloochening, en zelfbeheerfching aan. Den eerften pligt vervullen wy alsdan, wanneer wy onzen wil en onze begeerten altyd onderwerpen aan den wil van God, die ons door Jefus leere is bekend gemaakt. Den anderen, wanneer wy de zondige neigingen en hartstogten onzer ziel nimmer zo veel heerfchappy over ons verfland en onzen wil verooiiooven, dat ze ons tot verkeerde begrippen en fnoode bedryven verleiden kunnen.

Matth. 16. 24. So yemant achter my wil komen, die verloocliene hem felven.

Rom. 6.12. Dat defonde niet en heerfche in uw fterflick lichaem, om haer te gehoorfamen.

De zorg voor het waar geluk onzer ziele moet zekerlyk altyd onze voornaam-

fte

Sluiten