Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 II. AFDEELING.

tigheid, nuchterheid, onthouding , en kuischheid, oefenen.

Luc. 21. 34. Wacht u felven, dat uwe herten niet feeniger tyt hezwaert en worden met brasferye, ende dronckenfehap.

1 Pet. 4. 7. Zyt — nuchteren.

1 1 2. 11. Onthout u van de vleefche-

like begeerlikheden.

1 Cor. 6. 18. Vliedt de hoererye.

Dat wy naar de eere, naar de goederen, en geneugten deezes levens, wel mogen dingen, doch evenwel ook maatig in onze poogingen naar deze!ven, en zelfs maatig in hunne genieting moeten weczen , cn, gevülglyk,dat wy de deugden van arbeidzaamheid, huishoudclyke fpaarzaamheid, trouw, cn vlyt in onze beroepsbezigheden, liefde tot goede orde, en vergenoegdheid, moeten oefenen.

2. Thesf. 3. 11. 12.' Wy hooren dat fommige onder u ongeregelt wandelen , niet werekende — de foodanige bevelen — wy, dat fy met flilheyt weckende , haar eygen broot eten.

Rom. 12. 7. [Sco laet ons die gaven hefteden,] — het zy hedieninge, in 't bedienen. ...

1 Cor.

Sluiten