Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 28 ;

AANMERKINGEN

VAN DEN GENEESHEER

A U B E R x.

IVIen heeft getwijffelt en twijflèlt nog omtrent de eigenfchappen, die men aan de Koeipokftof toefchrijft; dit moet zoo zijn, men ge. looft niet meer aan mirakelen, en men moet bekennen dat dit gif, dat men van eene koei neemt, en vervolgens aan een mensch toepast, om hem van de Kinderziekte te bevrijden, veel overeenkomst beeft met de kraaien en kiezen van doode menfehen, doch die heden hnnre kragt verboren hebben. Als men zich herinnert de zotheden onzer Eeuw, de wonderbaare geneezingen van Cagliostro, de kwakzalverijen en pocherijen der magnetifeerders enz. dan wordt men aangefpoord om te gelooven dat de Inenting met de Koeipokftof flechts een hersfenfehim is van eene verhitte verbeelding, of kwakzalverij van cenen eerzugtigen mensch. Dit mistrouwen is gegrond, zoo lang als men die buitenge» woone ziekte niet kent, die ons tegen eene ongemeen zwaarc ziekte beveiligen moet. Maar de achterdogt even als het wonderdaadige ver-

dvvij-

Sluiten