Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C5 )

De V R Y H E 1 D.

]De Maagd van *t Vrygewest;

De Roem van ons Gemenebest,

Zat op haar zetel fchoon te praaien,

Omringt met eenen trits van glinfterende ftraalen,

Toen Zy wierd aangefprooken door 's Lands allergrootften pest.

Zy fidderd gansch verflagen

En weet niet wie voor Haar dus trotslyk op komt dagen.

Zy ziet en kent de pest, die,zo hetmoog'lyk waar,

Haar ftout vernielen zou als eenen Landverraêr,.

Zy veld haar peer in dit gevaar

En doet een' Dwingland zwigten;

Dit maakt Hem doods en naar,

Waar voor dat Hy befwykt ,in 'tdoen van al zyn plichten.

A 3

Het

Sluiten