Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 20 )

Het SCHAAP en de HOND.

Een Schaap altoos gewoon zyn melk enwoltegeven, Verkoos een vryè'r leven, Het ftond Hem dus niet langer aan, En wiide Hem van 't juk ontdaan.

Hy kiest de ruime lucht waar Hy kan fpeelemyën, Zich ruglings op en nedervlyën;

Maar vind een groote Hond die Hem zyn rystogt ftaakt,

En die Hem eertyds had bewaakt. „ Hoe (zegt de Hond) tot Hem, gy zult te rugge keeren, „ Of anders zal men U wel and're danfen leeren." „Neen (zegt het Schaap,) ö Neen! ,,'k Wil op myne eige pooten treên." „ Te rugwaards (zegt de Hond) jou fnooden! „Ik heb 't U meêr dan eens gebooden; Ik zeg dat dat Gy terftond weêr na uw flalling gaat.w En zo 'er niet een ander waar gekomen, Die voor het Schaap 't had opgenomen, Het was in een rampzaalgen ftaat.

De

Sluiten