Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 25 )

De HOVENIER en de CAPEL.

In een geiïerden Hof zat op een fchoone bloem, Wiens aangenaamegeurecniederkonbekooren,

Een Flinder of Capel, de roem Van alle die 'er ooit ten fieraad zyn gebooren. Fluks komt een Hovenier en vangt Hem met zyn hand

En wil Hem zo den dood doen fmaaken. Met roept Hy vol van angst, in dien benauwden ftand: „Wat h:b ik U misdaan om my van kant te maaken? „My niets (zegt hem den Hovenier,) „En echter zult Gy, hoe vol zwier,

„Uw leven moeten misfchen; „Want zo 'k U leven liet, „Gy brouwde My verdriet, „ En ramp en droevenisfen. „ Gy doet wel aan geen Vrucht of Bloemen eenig kwaad „Maar zo ik U in 't leven laat, „Dan zullen zy die naar U komen, „Veel nadeel doen aan Plant en Boomen."

B 5 De

Sluiten