Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 39 )

De VLEERMUIS en den DAG.

JDe Vleermuis fteeds gehaat by 'tgrootenDierenryk, Die reeds voor jaaren lang by Dag had rondgevlogen, Gaf van zyn flecht beftaan geftadig blyk op blyk, En achte zich veel ftcrker van vermogen, Dan Hy bezat; en wilde, in fpyt van ieder een, Door Heerszucht zyn beftaan verhogen, En uitte zich vol drift in deez' verwarde reên: Ik wil dat wie 't ook zy voor mynen troon zal bukken!

„En zo my dit niet mag gelukken, „Dan breng ik ieder een, want myne woede is groot, „Op 't ogenblik ter dood." Het gantfche Vooglenheir dat needrig had gezwegen, Staat in 'teind den trotfchen Dwiug'land tegen. Den glanfenryken Dag, Die Hem niet lyden mag, Maar liever zag ten afgrond iiederdaalen, Omringt Hem met zyn glans van vyf beminde ftraalen, En heet Hem, om voortaan, Ia duisternis, flechts by de Maas, Het luchtruim rond te vliegen,

Om nooi t geen Dier, wie 't zy, door Heerszuch t te bedriegen.

En zedert heeft Hy ook by «acht zyn kost vergaart, Als zyude nu het lichtder Dageraad onwaard. #

Het

Sluiten