Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN MYNE BROEDERS EN ZUSTERS. I?

geleiden, en [hoe vaak] de zwakke en de ziekelyke, de fterke en robuste perzoonen voor hem ziet heen gaan, en wat is het leven op zyn langfte genomen? Befchryft de Schriftuur, als hec ware, by gebrek van Leenipreuk, het zelve niet als iedelheid, wanneer dezelve het vergelykt by een handbreed, byeenefpan, by eenen damp, by het gras, dat ras ter neder word geveld; by de Bloemen , die ras verwelken; by de fchaduw welke zich neigt; by een gerugc dat men verteld heeft? Wat is het een dwaas beftaan, op geene andere wyze onze dagen en jaaren te tellen, dan by onzen geboorte tyd, en door zo, of zo lang geleefd te hebben? 'Er is dus geen onredelyker begeerte in deze weereld, dan lang te leven , zonder van zints te zyn wel te leven; want dat is niet anders, als of men wenschte zoo veel te meer tyd te hebben om te misbruiken, zoo veel langer te zondigen dan anderen, en zoo veel te rampzaliger te zyn in de andere weereld; behalven dat het onmoogelyk is, na den tegenwoordigen loop der dingen, om in eenen eigentlyken zin lang te leven, gelyk het volgend tweeregelig Versje zulks te kennen geeft.

Vivere quisque diu qtuerit, bene vivere neme- ; At bene quisque potest, vivere nemo dia.

B Dat

Sluiten