Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan myne Broeders en Zusters. 27

king nemen, dat wy niet alleen een geduurigs getuigen en toeziener van onze daaden buiteu ons hebben, maar ook binnen in ons, namelyk onze eige Confientie, welke ons befchuldigd of verontfchuldigt, naarmate dat wy gehandeld of ons gedrag hebben aangefteld, gelyk iemand ten dezen opzichte? wel gezegd heeft, Quid prodest non habere Confcium, habenti Con/cientiamf dat is, wat baat het, geen getuigen van onze daaden te hebben, daar wy een Geweten hebben, dat een naauwkeurig ^gister houd, van alles wat wy doen? - Alleen moeten wy ons herinneren, dat dit flechts een min voornaame getuige is: want zo ons hart ons veroordeeld, God is meerder dan ons hart, en Hy kend alle dingen.^ En nu myne Vrienden, hebbe ik u in drie aanmerkingen voorgeteld, hetgeen ik u te zeggen hadde, in welke ik u deze groote plicht aanbeveelde,en heb aangedrongen om uwen tyd wel te hefteden , aan uwe overweging laat ik het over, of het gene ik deswegens gezegt heb, met voldaan kan, wanneer God het geliefd te zegenen, en gy uwe pogingen en vermogens in het werk fielt, om op u zeiven toe te pasfen, het gene wy daar over aangemerkt hebben.

Ik ea dus in de tweede plaats voort, om u te 6 be-

Sluiten