Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN MYNE BROEDERS EN ZUSTERS. 33.

al de dieven zyn, welken den tyd ons óntftelen; — Vrienden te bezoeken is dikwerf een' grooten plicht, maar het is ook veelal fchadelyk, beide voor de bezoekers en de genen die bezogt worden. — Daar veeltydsde tyd op deze wyze gemeenlykte vergeefs verfpilt word; zoo zyn ook de gefprekken, welken het onderhoud der meeste gezel fchappen uitmaken , meestendeels enkel iedelheid, zoo niet erger: want het is by zulke tyden gebruikelyk, gelegenheid te geven tot malle praat, fpotternyen, of tot berispelyke aanmerkingen over andere perzoonen.

'Eris nogthans in gefprekken, eene onfchuldi.' ge vryheid en geestige boert, welke geoorlooft en vermakelyk is: maar helaas! hoe ras verkeerd dezelve in zónde, zoo men niet zorg draagt, dat ons gemoed in een juist evènwigt blyft: eri zdo ik hier iemand te geftreng toe moge fchyr.èn, dat dezen gedenke, het geen Christus ons vooraf gewaai fchouwd heeft: Dat wy van elk iedel woordrekenjchapzullen moeten geven, zoo wel als van elke onverantwoofdelyke daad, in den dag des óórdeels t aan den anderen kant echter, móeten wy dus ook de gemelykheid vermyden, indien wy zorg willen dragen, dat onze Vrienden onze geduurige en te lange bezoeken niet moede worden.

c fis

Sluiten