Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JÓ J^'ïEÜW jAAKi, UESCHENK

fpoor der ware wysheid geweken. — War baat het een Metaphyficus (Overnatuurkenner) alle byzondere wezens op zich zelve te befchouwen, zoo, dat hy bepalen kan, van welk gedacht ens is, gelykunum,yerum, honum, terwylhyonbekend blyft, van Hem welken waarlyk zodanig is. — tot welk een gering voordeel zal den Wiskonftenaar eindelyk bemerken dat hy gedudeerd heeft, ten einde de proportiën van punten, lynen , zyden en hoeken te berekenen, zo hy de evenredigheid van Godvrucht en deugd verwaarloost? Wat zal het een' Sterrekundigen baaten, dathy de Planeten door een' Verrekyker befchouwt, indien hy eindelyk de gelukzalige weereld, welke boven dezen allen verheven is, uit het oog verliest? Is eenig Mensch daarom te beter, als hy bekwaam is, om èe Egiptifche, Chaldeeuwfche en Griekfche gejlachten der Koningen , aan te toonen en weet uit te rekenen, door alle de verfchillende tydrekeningen dezer Volken, over een te brengen met de Juliaanfcbe (Periodej tydrekening, terwyl hy verwaarloost zyne eigen dagen zoo te tellen, dat hy een wys hart bekome? En eindelyk wat voordeel heeft een eenig Mensch, dat hy bekwaam is om alle taaien van de weereld te fpreken, als hy in geene van dezelven God verheerlykt en aanbid?

J*5

Sluiten