Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN MYNE BROEDERS EN ZUSTERS. 37

Ja, ik moetu, wat meer is, zeggen, dat een Mensch zxn' tyd kan verfpillen, in den dienst en aanbidding van God, de omftandigheden in aanmerking nemende. Want, of fchoon wy God aanbidden, wat voordeel kan zulks ons aanbren* gen; indien wy het in alle domheid of geveinst* heid, of uit gewoonte doen, en enkel om dat het de mode is, of op eene ontheiligende, en onëerbiedige wyze, of met een harteloosheid en dof verftand? Ja wy verliezen daar door alle onze werkzaamheid, doordien wy daar door meer, onze hoogstnoodige en noodzakelyke plichten verwaarloozen; of als wy de volbrenging [dezer plichten] verzuimen zoo lang, tot wy tot alle dezelven geheel onbekwaam geworden zyn, zoo offe« ren wy den Heere een gebrekkig offer, terwyl wy nogthans volkomen lammeren onder onze kudde hebben. — Indien wy nu op deze wyze onzen tyd kunnen misbruiken, hoe veel te meer zullen wy lust hebben om zulks te doen, wanneer de zorgvuldigheden dezer weereld en de onmatige begeerte, naar her, gene wy vermaak, voordeel en eer noemen, de Godsdienst beide uit onze harten en levenswyze verbannen. Salomon raad ons: arbeid niet om ryk te worden, dan, hy laat 'er onmiddelyk op volgen: laat uwe éigene wysheid vaar en, waar door hy te kennen C 3 wil

Sluiten