Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 20 >

VIERDE AFDEELING.

over de Lastering en vooroordeelen.

De lasteringen en vooroordeelen zijn het, waar door gij u bij alle brave menfehen onbemind maakt. ludien uw Kladboek hier voor vatbaar is, zult gij noait een goede rol op de waereld fpeelen. Daar is geen flegter kwaad als zijn evennaasten te lasteren. Pa u lus zegt: dat een gierigaart en lasteraar nooit gelukkig zullen zijn.

Daar zijn menfehen die, van den morgen tot den avond, door onkunde en flegte opvoeding van ouders , hun medemensen berispen en lasteren • zien zij iemand uit eenen geringen'ilaat met veele' volmaaktheden begaafd, en zij kunnen Hechts eene fout in hem befpeuren, dat moet de eer van al zijn hoedanigheden doen verdwijnen.

Een lasteraar is een monfter in de natuur, en is ■niet waardig dat men hem een mensch noemt, al is hij een man van geboorte (1).

Wij hebben een iegelijk van ons zoo veel gebreken , dat wij nooit een ander behooren te berïspen , of wij moeten het ons zelfs meest doen. Men doet kwalijk, in een ander te beftraffrn het geen men m zijn eige Kladboek heeft, — en de Epicurist te fpeelen, terwijl men. tegen de weelde uitvaart, of zelf trouwloos te wezen, en een naauwkeurige getrouwheid van zijn evennaasten te vorderen.

Daar.is niemand zoo onfchuldig dat geen kwaad van hem gefproken wordt, niemand zoo liegt, dat

hij

(1) Een Regent, beftierder v«n een Ma»t(*ch»ppij, behoorde

t^mimü^ Volk te|eu 16 gaaD' indieQ li> 'er zicbMB

Sluiten