Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 2* )

W geen voorfpraak verdiend. Men moet al veel zaken weten, alvorens men wel en rechtzinnig wil oordeeien; een vonnis te vellen over zijn evenmensen, indien men geen jabroer is, is een harde Zaak vóór een man van gevoel, - om dat natuur hem toeroept , ik heb geen recht om mijn medemensch te veroordeelen. - Het is onder veel menfehen, wanneer zij zegge, die is dit of dat, en die heeft niet gelooft dat men hem tegenwerpt, om het rechte wit te treffen, men hem voor een ongeloovigen uitmaakt. , .. ,, „„„

Daar is niemand zoo gelukkig, dat hij alle menfchen kan behaagen, en van geen een benijd te worden. Wie is zoo goed onder de zon, dat memand over hem klaagt. Het duurde lang eer dat Democritus vooreenen uitzinnigen wierd gehouden, en een vader Socrates achting in de waereld verkreeg, zelf wierd hij gehoond, verwezen, en men kende zijn waarde niet, voor dat men hem verlooren had.

Al het lasteren ontflaat meest, dat de menlcnen niet weten dat zij moeten weten. Een lasteraar is een gevaarlijk mensch. Het is een wijs man die hem nog kan hooren ; maar het best van hem houdt. In één woord: het lasteren is bij veel menfehen eigenbelang. <' /

Een jong Philolboph verhaald weraende , dat een befaamde lasteraar kwaad van hem gefproken had, zeide: ik wil mijn kop verbeure dat men hem gezegd heeft, dat ik dood ben; want hij kan van geen°levendig mensch goed fpreken. Daar is geen fundament zoo flegt, of het kan goed gemaakt worden Daar zijn Wijsgeeren die zeggen: dat een moorman zijn huid niet veranderen kan; — maar, het fundament van het gebouw kan wel zwart zijn, offteen, dat is, het hart mag zoo flegt zijn als het wil, het kan goed worden (i).

Ken

<i) Indien veel» Geleerde wat Weinder Boeken gefebreven had-, it, en wat minder Latijn, den Ambachtsman zou beter zijn.

B 3

Sluiten