Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 21 )

de en deszelfs Itjwooners dikwyls hebben daargefteld —i zoo zal het een van de voornaamfte en edelfte bezigheden wezen, zich op de kennis dier weetenfchap toe te leggen, welke ons de gronden leert, van deeze vvateren in hunne woede te beteugelen en binnen hunne oevers te bepaalen. Het zoude overtollig zyn in het breede aantetoonen, dat het Land onzer inwooninge dus zonder Dyken, Huizen, enz. niet bewoonbaar zyude, bet inflandhouden en maaken derzelve eene der gewigtigfte bezigheden is, waar van ieder mwooner met ons ten vollen overtuigd moet wezen*

De weetenfchap die men Waterbouwkunde noemt, is haare geboorte, haaren wasdom en de voornaamfte vorderingen genoegzaam aan Italien verichuldigd. Zy is oorfpronglyk uit de fchool van den grooten Galt kus; die de wetten der beweeging van de zwaarte ontdekt heeft, en vervolgens door zyfle leerlingen op de beweeging der wateren is toegepast. Daaiuit is eerlt het gedeelte der Rivierkunde voorrgefprooten, dat onder de gedaante van eene wetetifchap, door den Abt Castellïta Torricelli bewerkt is, uit grondregelen der kunft en uit beweezene grondbeginfelen afgeleid. Deeze grond-regelen en grondbeginfelen zyn vervolgens door Gulielmini en Grantïi ter toets gebragt, zeer veel vermeerderd, opgehelderd, en op de fnmenvoeging en verdeeling van Rivieren toegepast. — De Waterbouwkunde heeft derhalven haara grondregelen en beginfelen; de kennis van die grondregelen en van hunnen oorfprong, maükt het verftand van die weetenfchap uit, terwyl de toepasfing van die grondregelen op het werkdaadige de wsare bevordering tot het welzyn van den Lande moet uitmaaken. — Van hoe eene groote nuttigheid zyn de twee volgende grondwetten in de Wjterloopkunde, naamlyk: dat de grootheid der drukking evenredig aan de hoogte der drukkende water Colom is; en dat de daaruit voortspruitende fnelheid evenredig aan den quadraat vjortel der hoogte van die Colom is? Uit welke zeer veele byzondere eigenfchappen der natuurlyke beweegiug van de vloeiltoffen afgeleid, en zeer veele van derzelver verfchycfelen verklaard worden.

15 3 Af-

Sluiten