Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 BERICHT WEGENS HET

ke beide Hecren misfchien nog in leven zijn. De Heer meidinger fchrijft in zijn verhaal, dat elk, die aan de waarheid twijfeld , nog levende getuigen voor dezelve te Koblentz zou kunnen vinden. Dus luid het bericht:

In het jaar 1761. den 5. Juni), des namiddags ten één uur, bevond zich iemand, met name schamberg, uit Koblentz geboortig, in de daarzijnde Keurvorstlijke Munt, met een kleine ftaaf Zilver, zwaar 5 loot, ii drachma en vraagdenaar den Muntwaardijn P. Daar deze nu terftond bij de hand was, wierdt hij van genoem. den schamberg verzocht, om de gemelde Haaf Zilver te toetfen, met de vraag, hoe veel men voor ieder Centenaar van dit Zilver zou willen betalen, als er weeklijks 2, 3, 4 of meer Centenaars geleverd wierden? De Muntwaardijn hernam hierop, dat hij alvorens eene proef maken, alsdan den Munt-Directeur er bericht van geven, en hem schamberg over een uur antwoorden zoude.

De Muntwaardijn kwam zonder verzuim bij mij, als zijnen Directeur» en gaf bericht

Sluiten