Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 BERICHT WEGENS HET

Staal, die mij zeer verbijsterd en met eene bleeke koleur naderde, de oogen nederfloeg en er daarbij zeer armoedig en met gelapte klederen uitzag, groette mij, en vroeg, of zijn Zilver goed was? Zonder hem hierop een bepaald antwoord te geven, zeide ik: uit de proef zullen wij het zien. Hij hernam echter onmiddelijk , dat hij gedacht had dat het veel fijnder dan 9 lood en 5 greinen zou moeten wezen % doch dat daaraan niets gelegen was, en hij het wel fijnder konde maken.

Ik liet mij hierop met hem in een gefprek in, en vroeg, of hij dan dat Zilver gemaakt had, en of hij zulk eene kunst verftond? Hij bediende mij hierop met een' glimlach,- het Zilver maken, zeide hij, was zijne geringfte kunst, en hij konde ook Goud uit Zilver en wel uit Koper maken. — Ik befpotte zijne dwaasheid, en maakte hem duizend tegenwerpingen over de nietigheid en onmooglijkheid van zodanig eene kunst, welke hij echter allen met lachen beantwoordde, mij om niets anders verzoekende, dan dat ik het op de proef zou laten aankomen.

Zonder nu in dezen verder te gaan, was

mijne

Sluiten