Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2o BERICHT WEGENS HET

ik eerder Zilver gekend en gezien hadden, dan de Heer miltz, geloofde hij eindlijk zelf, dat de zaak goed was. Er wierdt hierop onder ons vieren, den Keurvorst, den Geheim-Raad miltz, d*n Muntmeester en mij, geraadpleegd; doch wij konden tot geen vast befluit komen.

Dewijl staal een onrustige kop en een zeer losbandig mensch was, ried ik aan, dat men hem middelerwijl in bewaring zou ie nemen, en in eene verzekerde plaats goed onderhouden en laten arbeiden; dit was ook het gevoelen van den Keurvorst en den Muntmeester; doch de Heer miltz wilde de zaak verflandiger weten aan te vangen. Eindlijk wierd staal zelfs bij den Keurvorst geroepen; deze fprak hem zeer gunftig aan, en vroeg of z'rjne kunst oprecht ware? Staal antwoordde met de grootfte ftoutmoedigheid: „ Ja, uwe Keurvorstelijke Genade! ik kan niet flechts Zilver, maar eok Goud maken, en ik zal weeklps 5 tot 6 Centenaars, of zo veel als uwe Keurvorstl. Genade begeerd, vervaardigen, en als ik dit niet doen kan, laat

Sluiten