Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(II)

den Duinmeier fpreekt, en de zaak voor Seven Centenaars afmaakt. Zy liet zig alvorens evenwel van de misdaad overtuigen, en liet het wildftuk in tegenwoordigheid van haaren egemaal brengen. Myn goede God, riep ze uit; is dit een ftuk wild. In wat voor duinen hebt^ gy dit aangetroffen ? hoe konde gy een voorneemen opvatten om 'daarop te fchietcn. Het fchynt op de jlegtfte heiden geaasd te hebben. Het is een monfter; en 't ftuk wegwerpende , vervolgde zy, nu het is tot daar aan toe, wy zullen die zaak op onze plaats breeder verhandelen, want de goede man gaf niets in antwoord. Zy gingen dan na huis te zamen. — Vergenoegtheid zal 'er juist niet fterk onder hen geheerscht hebben. Wat voor een belydenis en amende honorabele 'er in huis zal zyn gefchied, weet men niet , maar die den braaven en verftandigen Vrouw kennen, zullen ligt gisfen kunnen, dat dit na evenredigheid van 't misdryf wel zal geweest zyn.

Ondertusfchen, hoe geheim en fchielyk dit voorval ook herfteld en afgedaan waare, was 'er het gerugt in de buurfchap toch aireede van uitgegaan, en deeze maare ontwaarde onze ongelukkige held alomme. Hy was egter

eenig-

Sluiten