Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KUIPER, Die je altyd zingt, zo menigmaalen Als jy met meisjes van jou (lag Jou vrolyk maakt op j' uitgaansdag.

FANCHETTE.

Zeer gaerne.baas! wil maar bepaalen Van welk een lied gy 't meeste houd.

MARTYN.

Van dat, het geen in alle dagen Jou zingen hoor.

By neuriet eer.e of andere wyze binnen\ monds.

't Kan my behaagen. 'tls als jy 'r zingt by my nooit oud. FANCHETTE, kefende het Liedje langzaam aan: „ Daar was reis een jong meisje.

MARTYN.

Dat is 'tniet. 't Heeft heel andre fprongen, Schoon ik dit liedje juist niet wraak'. Maar 't andere is meer in den fmaak. Fanchette, beginnende wat jlerker te zingen, de wys van 't nachtegaaltje. Neen, neen; dat jy daar hebt gezongen Is 't ook niet ;'t heeft een' andren zin: De nachtegaal komt daar niet in. In *t geen my 't meelte kan vermaaken Komt van een' wyngaard, en dan van Het meisje, en 'c minnewicht, hoe't kan Uefpièn, en diergelyke zaaken.

FAN-

Sluiten