Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZANGSPEL. 53

fanchette, vervolgende het liedje.

Eens zat die afgeleefde gryn, Met yver, in een' kuip te werken ,

Toen, listig, midlervvyl, Lubyn In huis floop, zonder hy 't kon merken:

Hy onderhield zyn hartvrindin

Met de aangenaamfle taal der min. Werk jy maar enz.

MARTYN. Goed , goed! dat bolt my, op myn woord. Ha, ha, ha, ha! zing jy maar voord. Ik kan me naauwelyks bedwingen.

FANCHETTE, vervolgende. De grysaart, die geen kwaad vermoed, Werkt vlytig, zonder zich te ftooren, Daar vast Lubyn zyn voordeel doet Met de oogeublikken hem befehooren. Hy kuscht van zyn beminlykst pand Met tederheid de lieve hand. Werk jy maar enz.

martyn. Is 't lied nu daarmede afgedaan? Of hoort 'er nog iets meerder aan? fanc HETTE.

Ja wel.

martyn.

Vaar dan maar voord met zingen.

D 3 F^N'

Sluiten