Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58 DE KUIPER,

O U A T U O R.

FANCHETTE. CoLYN, tegen Servaas. Zie we'.k een koppigheid, Hoor niet, hoe zeer hy pleitWat toorne en onbefcheid, Gy word door hem misleid. Daar men de middelen bereid Tegen Martyn.

Waardoor 't verfchil wordt by- Gy wint niets, hoe gefchreeuwt geleid. 0f vieit.

Het meisje of 'tgeld, zo 't is geze id.

MARTYN, tegen Servaas. S E R v A A S , tegen Martyn.

Toon niymin onbefcheid. Kom, toon u voord bereid.

Gv zult niet zyn misleid. 't Is vruchtloos, hoe ge nok pleit.

Uw geld heb ,k u toegezeid, Aanitonds inyn geld.zo'tisgezeid

Maar'k ben nu builen mooglyk- Of naar't gevar.genbuis geleid, heid. Cy zyt hiertoe terftond verplicht.

Het uuftel is reeds opgeheven, 'k Heb alt* wat ik moest verricht Niets is onbefchikt gebleven.

M A R T Y N. Ik rans van toorne en fpyt en woede.

Ze hebben my daai fchoon bedot.

Maar hoe was ik zo duivels zot En fteeke blind, dat ik vermoedde,

Dat my Fmchette minnen zou?

Zich te verbinden aan een vrouw, En zonder dat wy hanr behargen..?

Neen, myne liefde is uitgedoofd. My hing misfehien iets boven 't hoofd

Dut

Sluiten