Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< II >

van onkuisheid, moest bewerken. Zodanig een onnozel fchaap wierd naar het paleis, ^aar zy onder den byl des grooten priesters vallen moest, gebragt. Het zou moeilyk zyn, zicb den vreemden toefumd van Johanna, in h.et midden van een bosch, op een uur,. dat alle de 'dorpbewooners in eene zagte rust waaren, te verbeelden.. Een flaauwe , maar heevige.wind, beweegde het boomhof.. De maan had haar kuisch licht aan de bevattingen der ridders van den bezem gfpi'j gerd. Dit fchriklyk tydbeftek, waarop/eene jonge dochter, van de maagdlyke fchoonheid, tot den ftaat eens flagtofiers overgaat, en aan de pynigingen eener onwillige.'fchoffeering overgegecven word, deed haarbeeven, en haare ziel was, door eenen reeks van gedagten , die tegen elkander aanliepen , en zich op haar bleek en met een koud zweet overdekt gelaat kwaamen aftefchilderen, vcrfcheurd. Een vreeslyk voorgevoel, de klagt van een noch zuiver geweeten, vertraagde haaren loop. Het kwam haar voor, dat^zy BJ5 in

Sluiten