Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 12 >

in het uiterfte gevaar was; eensklaps, reczen haare fchoone haairen te bergen, haare oogen wierden ftyf, en een ysfelyk geklag kwam uit haaren bedrukten boezem voort, even eens, als de geene, die zich , door de nagtmerrie , iri den flaap , voelt verflikken.

Johanna onderftond , zich uit de armen haarer moeder, die haar by de hand hield, en met geweld en fcheldvvoorden naar het tooneel der fchelmftukken wegfleepte , te verlosfen. Eindelyk was zy er niet meer, dan eenen zeer kleinen afftand, van daan, toen de ongelukkige Johanna , door eenen' moeilyken togt,' midden door de heestergew;:sfen en duisternis, en dcor dc rampen, die zy had uitgeftaan , en de flaagen, die zy ontfangen had. ten uiterften afgemat, haare knien voelde knikken, en het bloed In haare aderen ftolten. Zy viel ter aarde neder, en de doodstrekken ftonden op haar. gelaat gefchüderd. Haare moeder welke deeze bezwymingal de vrugt haarer misdaadige aanfiagen ging bederven, huilde van woede, wapende zich met een ftaal, zettede

de

Sluiten