Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 44 >

geloofde aan toovenaars, men vreesde ze , men raadpleegde ze, eeven als de ouden hunne godfpraaken deeden. Wy naderen misfchien het oogenblik, dar dit zoort van by-, geloof, dat, meer dan eens, zeedert, weeder verfcheenen is, noch weeder ingevoerd kan worden, door dezelfde ooizaaken , die hen , voorheen zoo veel geloof gaaven; de verkeerdheid van fmaak, de eerzugt der vernieuwers, het zeedelyk gebrek, 's volks ongebondenheid , en onze zwarte verdichtzcls , zoo als de Monnik, het geheimK.asteel, de kleine Piet er &c. Eindlyk deoprigtingderïhéophilantropie, of van allen anderen godsdienst, welks navolgingen en geheimen den roest der menfehelyke eigeuzinnigheeden behaalen zouden, Q&))t£odin, in zyne duivelkunde, fchryft, dat men, op zeekere, plaatzen, de padden doopte, die men mirmihts noemde. Men gaf ze , als voorbehoedzels, welkers deug-> den die der overblyfze's, der manteltjes, en der beeldcenisfen der heiligen, te boaven ging,

Cf)

Sluiten