Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 76 >

zich, des anderen daags , nn zyn' aankoms', te Verbenen, in het bosch van Villers Cottercts, verlïrikt, weiks duistere diepte, noch dour de donkerte des nachts, die hen overviel , vermeerderd, niet aarfelde, hem met eene zoo groote fchrik te bevangen, zoodat zy, welras, ontwaarden, dat zy verward waaren, indiervoegen, dat zy zich niet meer herkennen konden. Zy waaren . verre van alle wooningen af : geen een. hond, wiens gehuil in hunne verflaagene zielen een klein Kraaltje van hoop kon doen ontftaan, geen een klein ügtje der maan, geen ander geraas, dan het huilen van den frisfehen wind, recgen het boomloof. welks bcwecgiiig elke feconde den moed onzer twee dooiende ridders ontrustte; veel verder te gaan, dat was, mooglyk, het gevaar vergrooten, zich bloot ftellen, van in de handen van eenig ftruikroo-. yer tc vallen, die, door den heiligen man uitteklceden, gedacht zou hebben, eene wettige daad te doen, door zyn aandeel te jaeemen in een goed , aan de gehsele wae-

reld

Sluiten