Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 78 >

Och '. verfchooning daarvoor myn meester', ik weet, dat gy een al te bekwaan man daar-toe zyt ... — Pieter, eindigen wy; klim op een boom , en tragt te onderzoeken, of gy in het verfchiet rrict eenig licht zier , d;t ons uit dit dichte bosch tot haar kan brengen. — Och! j:i Jicht i z; g liever eedg* dwaallichten, die ons regelrecht in een floot of in een vyver , zullen brengen, da^r Wy, op; ons gemak , even als de eenden, tot het aanbreeken van den dag, zulk-n kwetteren, iadien wy al het geluk hebben, van niet te verdrinken. Ziedaar meester, gy zegd my altyd , dat de duivel , oncphoudel)k om ons'zweeft, om ons te verfliiiden; wie komt van de geesten terug , wat hebt gy dingeu gezien, die . . . . Dat maakt my fchriklyk verlegen. Welnu, ziedaar my in het topje■ van den boom, ik zie niets meer, noch minder , dan toen ik omlaag was. — Hoe zotskap? Neen, kcom veel eerder zelf zien, gy,v die meer verftand, dan ik, bezit, gyzultmoog-, tyk zien, dat ik niet vinden kan. Maar luister,

Sluiten