Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

€ «O >

de duistemisfen zich verdikken, en dat de ftruiken onder hunne voeten jfanwasfen, om hun geduld door een vervroegd vagevuur te ocffenen. Eiudlyk , na eene allermoeilykfie reis van een uur, en het was tyd, want er bleef geen een heilige in het naamboek meer' overig, die niet ingeroepen was; na de ongchoordfte vermocjingen ; trof een fehyn van licht hunne veibysterde oogen.

Een gil van vreugde gaf den üitflag der gebceden des opperleermeesters te kennen, éi; Pieter maak:e koddige fprongen. Welras verminderde het gerucht, en er bleef geen licht over , dan hetgeen onze nachtreizigers noodig hadden om te zien, dat, ra door de allergcvaarlykfie besfehen te zyn heen geraakt, en eenige oogenblikken in een klein dal, met fteenrotzen omringd, nedergedaald te zyn, zy zich in de gragten van een oud vervallen kasteel bevonden, of van een groot klooster, hetwelk de oorlog, of de tyd, verwoest heeft.-*-By myn leeven! fchreeuwt Pieter, eensklaps, uit, met een toon van fchrlk cn gramfchap

vef-

Sluiten