Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

€ 8- >

vervuld , ik had het wel gezegd, dat die duivelfche dwaallichten ons eenen kwaaden trek zouden fpeelen ; ziedaar een, die ons in de gragten gebragt heeft, hy laat er ons in. Gaan wy niet voort, want zoo wy een' voet verzetten, is het gedaan, wy zcuden in een modderpoel vallen; ziedaar, ik zie het. —i Ach neen, het is zand, och ja, zand . . . . ik zie wel, fchoon ik niet zie . . . Trotfche! geloof my, wy zullen niet verder gaan; het Is niet koud, ik voel een klein bosje gras en den voet van een boom, binden wy daar het paard aan vast, cn laaten wy flaapen. Morgen, zoo als zeeker iemand zegd, zal het dag zyn; ziedaar, dat is het allerzeekerfce. Laaten wy ons in geen gat gaan werpen; myne arme Babet zou weduwe worden, en ik wil haar dat verdriet zoo gaauw noch niet aandoen : verbruid, dat zou, voor het eerst zyn, zeedert gy ons hebt vergund, ons te liefkoozen in alle eer en deugd; Pieter! luister eens, ik heor geraas. — Ja, maar het is dat der nagutilen en vleermuizen, die zich in de ga-aten

Sluiten