Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 85 >

billyke fortuin, gy bereidde, door de bchaauwdheeden, den man Gods , tot de geneugte uwer dierbaar/te gunsten ! waarom was ik ook geen priester?

De opperleermeester , ontwaakende, ontwaarde eene onverdraaglyke fmart, hy vergat, zich de oogen uittewryven, en zyne leeden leenig te maaken, om de hand aan den zetel zyner fmarten te flaan; o verbaazing! o wonden, het is een goude beeker van een uitgeleezen maakzel, en door verfchei. dene grooteedel gefteentens verrykt. Wat gev luk! roept Pieter uit, die, op hetzelfde oogenblik, ontwaakende, den beeker te gelyker-tyd, gewsar was geworden, eeven als de opperleermeester, doch wiens gezicht noch niet geheel en al zuiver was, het is een 1'chat, myn meester, een fchat. — Daar het bekend is, dat een fchat, door twee, of meer, perfoonen gevonden , aan allen toebehoort, en verdeeld moet worden, en Pieter had geenen grooten voorraad van kennis noodig, om dat te weeteii, cischte hy fterk zyn G a a»nt

Sluiten