Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 9* >

eyt, die aan geene wonderwerken gelooft, dat is te zeggen, aan de almagt Gods. Zuyg, zoo gy één woord fpreekt, doe ik u in den Dan, en verketter je, ik geef traan de eeuwige vlammen over. — Genade', myn. meester, maak u niet boozer, my dunkt, ik Zie de hel reeds vcor myne voeten geopend. . . . fpreeken wy er niet meer van, Ik geloof alles. . . behoud gy alles, en verfchoon my.

Aldus , behield de opperleermeester den beeker alleen, dien hy voor eene onnoemlyke fom gelds verkogt; en Pieter, wat had die? den aflaat. Hoe veele Pieters hebben er niet geleefd! hoe veele leeven er noch, ondanks de voortgang der verlichting in de ige eeuw aangebragt.

Deeze byzonderheid is, ftatig, bygebragt, in eene gefehiedenis van St. Quentin , in de oudheeden der regeering van den heiligen L-odewyk, en drie andere werken van het zelfde zoort, die het voorval in 1237 fcellen. JJet is een van die, die de gefehiedenis niet

met

Sluiten