Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< IÖÓ >

tempel. by het inkoomen, ter flinker zyde ? een opfchrift in treur vaerzen, die er de ge-: heugenis van vereeuwigden , geplaatst. Athénéus ïeerd ons, dat het van Simonides was; hy, heeft het ons bewaard; als ook de uitlegging van Pindarus. Zie hier hetzelve: „ Deeze vrouwen hebben hunne gebecdeti „ voor de Grieken en voor hunne ftrydende „ burgers tot Vénus opgeheeven; want deeze Godesfè wildeniet, dat de Griekfche burgc „ in de magt der Grieken, met boogen ge„ waapend , vallen zou. Het geld hier dien oorlog, waarin de Grieken zooveel roem „ teegen de Perfen behaalden. Het was ongetwyffeld, om deeze reeden , dat mea de Godes gewaapend vertoonde. Athénéus, die deeze gefehiedenis, na Theopompus en ïiméus verhaald, fchryft aan de Corinthifche hoeren, het geen de uitlegger van Pindarus van de Corinthiefche vrouwen zegt, toe. Hy voegd er by, dat de geenen , die by die gebeeden tegenwoordig waaren , in een' fohildery afgebeeld zyn, die men in zyn'

tyd,

Sluiten