Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

il 105 >

ker te drinken: nimmer heeft' de dwing'Jandy my myn voorhoofd in het ftofzien „ buigen; ik heb de laagheid niet , myn „ hoofd te ontblootcn,' om een' gunst van „ iemand, hy zy ook wie hy zy, aftefmee., ken. Zoo lang de Schikgodinnen mynen „ leevensdraad niet affhydèn, 'vrees ik niet, „ dat de roede des beuls my immer doe ver„ bleeken; de eerzucht verfcheurd myn hart niet, en de trek tot vieesfehelyke gereg», ten zal nooit myn geweeten pynigen Myn ,, arbeid vetfehaft my voedzel , en de aller,, volmaakite vryheid onderhoud geftaadig „ in myne ziel eene zuivere en leevendige >, vreugd. Ik bemin Héléna met eene tee_ „ derheid, die geëne weerga heeft, dan de „ haare: is dat niet genoeg? beiden ver9, 'agten wy de ydele praal der graaven." Aldusfprak Gontier, en ik zeide, deeze woorden hoorende: Neen, de trotfebfte hoovelin-. gen zyn geen aanzien waardig. Gontier, vry, als de natuur-mensch, is een kostbaar sefteente , in het goud gezet,

H 4 Mid-

Sluiten