Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 DE DOOD VAN R O L L A.

LAS CASAS.

Is de bloedmaate uwer wreedheden dan nog niet vol genoeg? Hebben dan deeze kinderen van vroome onfehuld, die u zo gastvry ontflngen, nog niet genoeg geleden? — Almachtige God! wiens donder de rotfen verpletteren, wiens zon de ysbergen kan doen wegfmelten; leen myne woorden uwe alvermogende kracht, gelyk uwe oneindige goedheid mynen wil bezielt. — Werpt een blik van mededogen op die millioenen onfchuldige ilachtoffers, door uwe roofzucht moedwillig omgebragt. Als Goden heeft men u ontfangen, als duivels verkeerde gy onder hen. ' Met een vrolyk en goedwillig hart'gaf men u geld en vruchten; tot hunnen dank fchendde gy hunne vrouwen en dochteren. De getergde Menschheid wierd tot muiten aangedreven;, de onderdrukten morden; toen richtte men honden af, om hen te verfcheuren. Al wat van deeze helfche jagt nog overig bleef, wierd voor den ploeg gefpannen, om zyn veld, zyn wettig eigendom, voor u te bouwen, of in de goudmynen begraven , om uwen nooit verzadigden gelddorst te bevredigen.

PIZ'ARROy

Cy zyt uitfpoorig.

LAS CASAS.

Ik uitfpoorig?— Ach! gave God, dat ik reeds alies gezegd had! Neen, al'wat nog overig is-,

ZOU

Sluiten