Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 DE DOOD VAN R O L L A. ■

elvira. (alleen.) Neenl al ftond ook de moord in myne ziel op» gefchreven; niet deeze wraak! niet dit werktuig! Foei, geen gemeenfchap met deezen ellendeling! Als Pizarro my ver-ftoot, my, die hem myn deugd en eer opofferde — Dan — wat zeg ik: my verftoot? ■— (met gevoel van eigen waardigheid.') Neen! ik verftoot hem. Wat beminde ik toch aan hem? Zyne grootheid! Hy is een gering mensch geworden — weg is myne liefde! Maar — flnagc dan alles wat een man befluit? — De Eerzucht bouwt kaartenhuisjes, en de Liefde blaast ze om. —- Beproef hem nog éénmaal Elvira, en bevind gy hem uwer onwaardig, veracht hem dan, en treed hem in het ftof, waaruit hy zich verhefte.

* C^y 8aat heen!)

Einde van het eerfte Bedryf.

TWEE-

Sluiten