Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 103

PIZARRO.

Spreek duidelyker!

ELVIRA.

. Alonzo zal en moet de lesfen van Las Cafas verzegelen, of meteen grootmoedigen heldendood, die ons weinig baat, of met eene dwaasheid, die ons van veel nut is? De keus ftaat aan u.

PIZ ARRQ»

Hoe dat?

ELVIRA.

Wy zullen den dweeper in zyn eigen hersfenfchimmen vangen. Dat onding, het welk de menfchen verheven deugd noemen, is zyn afgód. — Kom hem voor, en zeg: Alonzo, gy hebt my beleedigd. Ik vergeef het u, gy zyt vry. Ik wed, de Jongen zal in uwe armen zinken, en u, uit gevoel van dankbaarheid, den troon van Quito in handen leveren.

PIZARRO.

Meent gy dat? Daar twyfel ik toch aan.1

ELVIRA.

Is dat kunstftuk u alleen te zwaar? welaan, ik help u. Wien trekt de liefde ligter dan den dweeper, zo wel ten goede als ten kwaade. — Ik ben fchoon, ik heb bekoorlykheden, verftand, kan my naar de luimen der mannen vlyen. Gy weet, Pizarro! duizenden gehoorzaamen u, d«n held; gy gehoorzaamt my, de vrouw.

G 4 vï'

Sluiten